Iedere klas wordt geleid door een mentor. De mentor is het eerste aanspreekpunt voor leerling en ouders/verzorgers.
Het beheersingsniveau van de Nederlandse taal is bepalend voor de klas, waarin de leerling wordt geplaatst.
Klas 1:
Bij binnenkomst verstaan, spreken noch schrijven de leerlingen Nederlands. Indien nodig wordt er in deze klas (westers) gealfabetiseerd.
Klas 2:
De leerlingen zijn westers gealfabetiseerd en verstaan eenvoudig Nederlands. De spreek- en schrijfvaardigheid bevinden zich in de beginfase.
Klas 3:
De leerlingen kunnen het Nederlands redelijk verstaan. De spreekvaardigheid is gevorderd en de schrijfvaardigheid begint zich te ontwikkelen.
Klas 4:
De leerlingen hebben zoveel kennis van de Nederlandse taal dat ze kunnen overstappen naar regulier Nederlandse methoden. De overstap naar het regulier onderwijs wordt voorbereid.